Hubbers Hubbers

Mancave door Prof. dr. Ir. Franz P. Ribbenkast

Hubbers interieurmakers

Als je ergens over kunt twisten dan is het wel over smaak


Smaak wordt vaak verward met ‘mooi vinden wat iedereen leuk vindt’. Daarom is voor veel Nederlanders een interieur zonder boeddhabeeld of geschilderde reuzenroos ondekbaar. Om maar eens iets te noemen. Persoonlijk vind ik een interieur pas geslaagd als de bewoner erin verdwijnt. Dat het even duurt voor je hem bij binnenkomst ontwaart tussen zijn dierbare spullen. Omgekeerde camouflage dus. Bij gebrek aan kameleontische eigenschappen wordt de omgeving ingekleurd. Mens en habitat vloeien samen. Dan voelen interieur en man zich het beste.

Mancave illustratie door Martin van Gelder

Helaas is woninginrichting nog vaak het domein van de vrouw. In haar LindaLeven is geen plaats voor grote speakers, volle asbakken en lege bierflessen. Zij wil met haar leesclubvriendinnen in een propere omgeving de laatste bestseller bespreken. Nippend aan een glaasje witte wijn, met een glutenvrij nootje en een voortkabbelend deuntje uit een draadloos, plastic kastje.

De man moest dus wel alleen gaan wonen óf zorgen voor een eigen plek in huis. Dat was de hobbyschuur en werd de mancave. Helaas heeft deze wijkplaats zijn langste tijd gehad. Laatst zag ik op tv, in een van die vreselijke interieurinrichtingssoaps, hoe een stylist een mancave ‘gezellig maakte’ met prullaria. Innig tevreden met zichzelf plaatste hij als finishing touch een boeddhabeeld op de vitrinekast vol Playboys, whiskeyflessen en op de Oktoberfeste gestolen bierpullen. De eigenaar van de mancave werd naar binnen geleid, de blinddoek mocht af en hij riep: “Nou ja, dit had ik echt niet verwacht!”

De sukkel. De mancave is ten dode opgeschreven.

Huiselijke groet, prof. dr. Ir. Franz P. Ribbenkast