Hubbers Hubbers

Katrollen en knöddelsuppe door Prof. dr. Ir. Franz P. Ribbenkast

Hubbers interieurmakers

Steeds meer restaurants en café’s lijken op een leegstaande fabriek


Ook als ze niet in een voormalig industriepand zijn gevestigd. Ik kan de verfrissende eenvoud van beton, staal en roestvorming wel waarderen. Zelfs in de voormalige wasruimten en toiletten van een leegstaande fabriek hangt nog de geur van fysieke prestaties. Fabriekshallen  herinneren aan de het duivels verbond van water en vuur waaruit krijsend  stoom wordt geboren. Een ontketende oerkracht die ooit onze maakindustrie naar alle werelddelen stuwde.

Katrollen en Knöddelsuppe illustratie door Martin van Gelder

Op met zweet en smeerolie doordrenkte bodem tiert creativiteit blijkbaar welig. Het tafelen in voormalige fabrieken levert een aparte sensatie op. Zo zat ik laatst met een vriendin uit Windhoek – wiens vriend binnenkort weer op vrije voeten komt, dus ik zal haar Priscilla noemen – in een herbestemde fabriek in een Duitse industriestad. In deze stalen kathedraal wordt het verleden op een speciale manier levend gehouden. Vanuit de keuken zweven de gerechten langs loopkatten aan hijsbalken de zaal in. Een aparte sensatie. Langs ratelende katrollen dalen de soepterrines naar het midden van de tafels.

Het was zo’n fascinerend schouwspel dat iedereen naar boven zat te kijken. Met open monden. Helaas deed de ober, die met een schakelbord de ketel stuurde, dat ook. Hij struikelde over een fundatiebout en drukte ongecontroleerd op enkele knoppen waardoor de knöddelsuppe in Priscilla’s gulle decolleté belandde. Gelukkig was de soep niet al te heet, maar haar feestjurk en onze avond waren bedorven. Ook al viste de ober onder het prevelen van verontschuldigen zoveel mogelijk soepgroente en knöddels uit de jurk.

De moraal: techniek is betrouwbaar, de mens blijft de zwakke schakel.

Huiselijke groet, prof. dr. ir. Franz P. Ribbenkast